Rekenen in Excel

In dit artikel wordt de basis van rekenen in Excel toegelicht. Je vindt hier ook concrete voorbeelden van de meest voorkomende berekeningen.

De formulebalk

Hierboven zie je de formulebalk in het blauw. Als deze niet zichtbaar is, ga je naar Beeld en vink je Formulebalk aan. De formulebalk vormt de basis voor het uitvoeren van calculaties.

Meest gebruikte rekenkundige operatoren

De meestgebruikte rekenkundige operatoren zijn als volgt.

+ (optellen)
- (aftrekken
/ (delen)
* (vermenigvuldigen)
^ (machtsverheffen)
() (prioriteit geven)

Voorbeeld optellen

Klik een willekeurige cel aan, en toets het volgende in.

=5+5

Excel zet jouw formule automatisch in de formulebalk bovenin en geeft in de cel het resultaat weer.

Cellen als variabelen opgeven

Je kunt in plaats van de getallen (zoals hierboven), ook cellen als waarden opgeven. Bijvoorbeeld zoals hieronder. Jouw formule bevat dan celverwijzingen.

Voorbeeld aftrekken

Aftrekken werkt in feite precies hetzelfde als optellen. Ook hier kun je celverwijzingen gebruiken als variabelen voor de formule.

Voorbeeld delen

Voor het delen in Excel wordt de slash (/) als teken gebruikt.

Voorbeeld vermeldigvuldigen

Voor vermenigvuldigen gebruik je het asterisk teken (SHIFT + 8). Dit teken wordt vaak “sterretje” genoemd.

Voorbeeld machtsverheffen

Voor machtsverheffen wordt gebruikt gemaakt van caret (ook wel dakje genoemd). Deze kun je invoegen via SHIFT + 6.

Rekenkundige volgorde

Zodra je formule meerdere operatoren bevat, bijvoorbeeld zowel optellen als vermenigvuldigen, is het goed om te beseffen dat sommige berekeningen voorgaan. Hieronder staat welke berekeningen de meeste prioriteit hebben.

  1. Berekeningen tussen haakjes
  2. Machtsverheffen en worteltrekken
  3. Vermenigvuldigen en delen
  4. Optellen en aftrekken

Eenvoudig voorbeeld rekenkundige volgorde

=5-2*2

Bovenstaande formule geeft als uitkomst 1. Eerst wordt 2 maal 2 uitgerekend. Vervolgens hou je dus 5-4 over. Als je nou toch wilt dat 5-2 eerst wordt berekend, kun je deze tussen haakjes zetten.

=(5-2)*2

Nu komt er 6 uit, omdat eerst 5-2 wordt uitgerekend voordat deze maal 2 wordt gedaan. Denk je dat het het snapt? Zo ja, probeer dan als test de onderstaande formule uit je hoofd te doen!

Probeer het uit

=50-3*2^2/(1+1)

Leuke tip!

Je kunt bovenstaande formule natuurlijk eenvoudig in Excel kopi├źren voor de uitkomst. Maar wist je dat ook formules kunt evalueren binnen Excel? Je ziet dan stap voor stap hoe Excel bovenstaande formule uitrekent. Dit doe je via Tabblad Formules –> Formule Evalueren.

2 reacties

  1. Goed verhaal Bas!
    Misschien een aanvulling, kijk eens naar deze functie: 24/2*(9-5)
    In mijn schooltijd, ik ben wat ouder ­čśë zou de uitkomst volgens deze notatie 3 zijn, toen ging vermenigvuldigen nog v├│├│r delen.
    Tegenwoordig moeten we van links naar rechts lezen, dus in dit voorbeeld eerst delen en dan vermenigvuldigen.
    De uitkomst is dan 48. (Excel geeft ook als uitkomst 48)
    Notatie is belangrijk. Als ik wil dat er 3 uitkomt, dan moet ik het schrijven als 24/(2*(9-5))

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.